Les 1

Verlossingsplan van de Heer Jezus

 Wat wordt er allemaal in deze interkerkelijke cursus behandeld:        

Deze cursus is er voor iedereen die een solide basis wil hebben en meer wil weten over het Geloof en het verlossingsplan van de Heer Jezus.

 Het maakt niet uit of u wel of niet cursussen gevolgd heeft of jaren in een kerk/gemeente zit of zat. Soms weet u al veel en soms ook niet en is dit een aanvulling.

Je kunt het zien als een gebouw dat al gebouwd is maar niet op een sterk fundament staat zoals ook in de Bijbel staat op deze Petrus bouw ik Mijn kerk.

 In Matteüs 16:16-18 staat

‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus. Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door Mijn Vader in de hemel. En Ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop Ik Mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen.


Matteüs 7
:25

Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots.

Naar mate deze cursus vordert zult u zien dat het losse zand weggaat en er stevige grond voor in de plaats komt. Zo krijgt u een solide basis en zult u ervaren dat u meer en meer van het geloof te weten komt.

 In deze cursus komen o.a. de volgende punten aan de orde:

 Hoe word je een wedergeboren christen

 Relatie en samenwerking

 Verschillende soorten geloof

 Wandelen in Geloof

 Welke dopen zijn er

 Hoe zit het met het opleggen van handen

 Bekering van dode werken

 Hoe bid je

 Roeping op je leven


 Les 1 kind van God

 

Johannes 3:16 -18

16 Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

16   Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.

17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.

17   Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.

17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.

18 Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.

18   Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God.

 

1) Wat bedoelt God met ‘de wereld’? Hij bedoelt hiermee alle mensen die op de aarde wonen, dus ook jou en mij! Je mag dus ook jouw naam in dit vers schrijven.

Want alzo lief heeft God __________________ gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ________________, die in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven heeft.

2) God heeft jou lief en geeft je een schitterend cadeau!

In Romeinen 5:8 kun je lezen:

“God echter bewijst _______________________jegens ons, doordat__________________,

toen wij ____________________________________________waren, voor ons gestorven is”

Hij liet de Here Jezus sterven voor onze zonden aan het kruis.

De Here Jezus droeg de straf die wij hadden moeten krijgen.

De Here Jezus stierf voor zondaars. Hij stierf niet alleen voor jou en mij, maar

Hij stond ook op uit het graf! Hij leeft nu en heeft alle macht in de hemel en op de aarde.

Hij wil alle mensen redden, die hun vertrouwen op Hem stellen.

3) Wat voor een cadeau wil God aan ons geven? ______________________________.

4) Dat betekent dat Hij de Here Jezus gaf om onze ___________ en ___________te zijn.

5) Johannes 1:12

”Doch allen, die Hem (de Here Jezus Christus) aangenomen hebben,

hun heeft Hij macht ______________om ________________ Gods te worden, hun die in Zijn naam geloven”  

6) Hoe wordt je een kind van God?

Allereerst erken je dat je zonden hebt begaan en je moet in je hart geloven dat Jezus de Zoon van God is. Je mag dus als zondaar naar de Heer Jezus gaan en Hem aannemen als je Redder en Verlosser. Het is hetzelfde als een cadeau krijgen. Je kunt dit cadeau gewoon aannemen en “dank U wel” zeggen en het cadeau is dan van jou. Maar je mag je realiseren dat God aan jou het mooiste cadeau van de wereld heeft gegeven.

Hij heeft Zijn Zoon aan jou gegeven om jouw Redder en Verlosser te zijn.

Maar dan moet je het cadeau wel open maken

 

7)Wanneer ben je een kind van God? 

 

1) _____________________________________________________________

 

2) _____________________________________________________________

 

3) _____________________________________________________________

8) Hoe neem je Hem dan aan als je Redder en Verlosser?

In Romeinen 10:8-11 kunnen wij lezen

Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered. Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered. Want de Schrift zegt: ‘Wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.’

Door te __________________ met je mond en het __________________ dus het __________________ naar Hem toe en met heel ____________________________________ dan pas ben jij __________________________.

9) Wanneer heb je dus het eeuwige leven?

____________________________________________________________

Geloof wandel relatie en samenwerking kant

Relatie betekent het volgende: stel je bent vader of moeder van een paar kinderen en een van hen schiet een bal door de ruit, wat gebeurt er dan…..

Je geeft hem of haar een standje, maar is dat kind dan nog steeds je kind……

Natuurlijk alleen je moet hem of haar corrigeren dat is net zoals onze Hemelse Vader

Hij corrigeert ons omdat Hij van ons houd en we blijven Zijn kinderen.

Samenwerking: stel je wordt aangenomen bij een bedrijf, je hebt de juiste papieren

(geroepen door God) en je doet niet wat de baas zegt, dan krijg je een vermaning in het ergste geval zelfs ontslag, zo werkt het ook met onze Hemelse Vader, de Heer Jezus geeft je, je bediening, de Heilige Geest de genadegaven (niet te verwarren met talenten) en onze Hemelse Vader die alles in alles werkt dat kun je lezen in:

1 Korintiërs 12,4-6

Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest; en er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Heer; en er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt.

10) Verschil tussen gelovig en wedergeboren

Gelovig: ____________________________________________________________

 

Wedergeboren:_______________________________________________________

Totaal beeld van De Vader, De Heer Jezus en de Heilige Geest

 11) Wandelen in Geloof

Welke 2 benen zijn er in Het Geloof

1) _________________

2) _________________

In de Engelse Bijbel wordt het Geloof in 2 woorden uitgedrukt, helaas heeft onze taal dit niet.

In Hebreeën 11 het gehele hoofdstuk kunnen wij lezen wat Faith inhoud

12) Believe: _____________________________________________________

13) Faith:  _______________________________________________________

Kolossenzen 1 vers 1 en 2, statenvertaling
Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil van God, en Timotheus, de broeder, Den heiligen en gelovigen broederen in Christus, die te Kolosse zijn; genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

King James
Paul, an apostle of Jesus Christ by the will of God, and Timotheus our brother, To the saints and faithful brethren in Christ which are at Colosse: Grace be unto you, and peace, from God our Father and the Lord Jesus Christ.

 

Hier maakt Paulus duidelijk onderscheid tussen heiligen(saints) en gelovigen(faithful brothers), dus de Bijbel, Gods woord, maakt hetzelfde onderscheid tussen wedergeboren christenen en gelovigen. Je bent pas heilig wanneer je wedergeboren bent, want door wedergeboorte ben je Gods kind en die zijn nu eenmaal heilig.